Burrnesha zijn mensen in de noord-Albanese bergstreken en in Kosovo, Montenegro en Noord-Macedonië met het geboortegeslacht vrouw, die ten overstaan van hun gemeenschap een levenslange eed van kuisheid aflegden en daarna als man leefden en sociaal ook als man behandeld werden.
De praktijk is geworteld in het gewoonterecht, en ze is nu vrijwel verdwenen.
Het woord komt van burrë, Albanees voor man, met een vrouwelijke uitgang, zodat het de tegenstrijdigheid in zijn eigen grammatica meedraagt. Regionaal worden andere termen gebruikt, waaronder virgjineshë en vajzë e betuar, "gezworen meisje". In het Engels heet de praktijk meestal "sworn virgins", wat klopt over de eed en misleidend is over al het overige.
De eed werd in het openbaar afgelegd, in de traditionele weergave voor twaalf dorps- of stamoudsten, en hij was onherroepelijk. Daarna knipte de persoon het haar kort, droeg mannenkleding, nam in veel gevallen een mannennaam aan en verwierf de sociale positie van een man: het recht om eigendom te bezitten en te erven, een wapen te dragen, met mannen te zitten en te drinken, in de vergadering te spreken en als gezinshoofd op te treden. In de gemeenschap werd deze persoon aangesproken en aangeduid als man, en dat werd niet als een fictie behandeld.
Is dit een genderidentiteit?
Dit is de werkelijk betwiste vraag, en we gaan haar hier niet beslechten.
Het argument om het als sociale rol te lezen: de eed is een juridisch en economisch instrument, de voorwaarden ervan zijn extern, en hij zegt niets over iemands innerlijke zelfbeleving. Meerdere burrnesha die de afgelopen veertig jaar geïnterviewd zijn, hebben beschreven dat ze de eed om familieredenen aflegden en zouden het vocabulaire van genderidentiteit helemaal niet herkennen.
Het argument om er meer in te lezen: sommige burrnesha hebben duidelijk gezegd dat ze mannen zijn, dat ze altijd mannen zijn geweest, en dat de eed iets formaliseerde in plaats van het te scheppen. Onderzoekers onder wie René Gremaux en Antonia Young hebben beide soorten getuigenis gedocumenteerd, en hebben ze doorgaans niet willen samenvoegen.
Wat zonder discussie gezegd kan worden, is dat dit een geval is waarin een samenleving openlijk een genderpositie construeerde, de regels ervan opschreef en het resultaat als bindend behandelde. Wat het verder ook is, het is bewijs dat de tweegenderordening een regelset is en geen natuurwet.
Een belangrijke kanttekening
Burrnesha zouden niet beschreven moeten worden als transmasculien, als trans mannen, of als "de Albanese transgendertraditie". Dat kader duikt voortdurend op in internationale persberichtgeving en de meeste burrnesha hebben het afgewezen. De categorie kwam voort uit patriarchaal gewoonterecht, niet uit een beweging voor erkenning, en de centrale voorwaarde van de eed, levenslange kuisheid, heeft geen tegenhanger in moderne trans identiteit.
Evengoed zou ze niet gereduceerd moeten worden tot een overlevingsstrategie zonder iets persoonlijks erin. Beide lezingen vlakken mensen af die uiteenlopende dingen over zichzelf hebben gezegd.
De Kanun
De praktijk is niet te begrijpen zonder de Kanun van Lekë Dukagjini, de gewoonterechtelijke codex van de noord-Albanese bergstreken, eeuwenlang mondeling overgeleverd en opgetekend door de franciscaanse priester Shtjefën Gjeçovi, gepubliceerd na zijn dood in 1933.
Onder de Kanun was het huishouden patrilineair en patrilokaal, en liepen rechten via mannen. Een vrouw kon niet erven, kon geen huishouden leiden en kon een voor haar geregeld huwelijk niet weigeren zonder ernstige gevolgen op te roepen, waaronder bloedwraak. De Kanun regelde ook gjakmarrja, de bloedwraak zelf, die over generaties heen zeer veel mannen doodde en huishoudens zonder mannelijke erfgenamen achterliet.
Leg die twee naast elkaar en de rol van burrnesha wordt leesbaar als een structurele oplossing. Een huishouden zonder overlevende zoon kon een sociale man voortbrengen en zijn land, zijn aanzien en zijn stem behouden. Wie voor een ongewenst huwelijk stond, kon dat eervol weigeren, omdat de eed boven de verloving ging. Sommige verslagen leggen ook mensen vast die eenvoudigweg de vrijheid wilden die alleen de mannelijke positie meebracht, en dat was onder de Kanun heel wat vrijheid.
Waarom loopt de praktijk ten einde?
Omdat de omstandigheden die haar voortbrachten verdwenen zijn. Het communistische Albanië onderdrukte de Kanun en verleende vrouwen formeel juridische gelijkheid; na 1991 namen migratie, verstedelijking, onderwijs en de gewone beschikbaarheid van eigendomsrechten de structurele redenen weg om de eed af te leggen. Naar schatting bleven er in 2022 nog ruwweg een dozijn burrnesha over in Noord-Albanië en Kosovo, de meesten op leeftijd. Nieuwe eden worden vrijwel niet meer afgelegd.
Een verwante waarschuwing: burrnesha zijn de afgelopen twee decennia uitgebreid gefotografeerd en geïnterviewd door buitenlandse journalisten, vaak na zeer korte kennismaking en vaak voor verhalen die al vóór aankomst geschreven waren. Lees verslagen over individuen met dat in het achterhoofd, ook waar het verslag sympathiek is.