Voornaamwoorden: die, hen, hun en meer

Voornaamwoorden zijn de woordjes waarmee je naar iemand verwijst als je niet steeds diens naam herhaalt. In het Nederlands zijn dat hij, zij, en voor steeds meer mensen ook die en hen. Ze horen bij iemands gender op dezelfde manier als een naam: je kiest ze niet voor een ander, je vraagt ernaar.

Het zijn geen voorkeuren en ook geen mening. Iemands voornaamwoorden gebruiken is gewoon de persoon aanspreken zoals die is. Deze pagina zet de Nederlandse sets op een rij, met voorbeeldzinnen die je meteen kan gebruiken.

De Nederlandse sets

Onderwerp Voorwerp Bezit Voorbeeld
hij hem zijn Hij deelde zijn kijk op de zaak. Ik heb het aan hem gevraagd.
zij (ze) haar haar Zij deelde haar kijk op de zaak. Ik heb het aan haar gevraagd.
die hen hun Die deelde hun kijk op de zaak. Ik heb het aan hen gevraagd.
hen hen hun Hen deelde hun kijk op de zaak. Ik heb het aan hen gevraagd.
die die diens (of dies) Die deelde diens kijk op de zaak. Ik heb die gevraagd om mee te gaan.
geen voornaamwoorden de naam de naam met -s Sam deelde Sams kijk op de zaak. Ik heb het aan Sam gevraagd.

Drie dingen die vaak misgaan:

  • Het werkwoord blijft enkelvoud. Je schrijft "die is laat" en "hen is laat", niet "die zijn laat". Er is maar een persoon.
  • hun is onveranderlijk. Hun jas, hun fiets, hun ouders. Er komt nooit een -e bij.
  • die aan het begin van een zin kan even wringen, omdat je dezelfde vorm kent als betrekkelijk voornaamwoord ("de collega die belde"). Dat went sneller dan je denkt, en in gesproken Vlaams gebruik je "die" al jaren voor personen: "die komt straks nog langs".

Weet je het niet? Gebruik die/die/diens

Transgender Infopunt (UZ Gent) geeft een duidelijke vuistregel: gebruik die/die/diens als je iemands gender of voornaamwoorden niet kent en het niet kan vragen. Bijvoorbeeld bij een naam op een lijst, een mail van iemand die je nog nooit zag, of een verhaal over iemand wiens gender er niet toe doet.

"Er belde iemand van de dienst. Die wou weten of diens pakket al vertrokken was."

Kan je het wel vragen, vraag het dan. Een regel is een noodoplossing, geen vervanging voor de vraag.

In de praktijk mengen mensen de systemen

De sets hierboven zijn nette rijtjes, maar zo spreken mensen niet altijd. Uit onderzoek naar het werkelijke gebruik van genderneutrale voornaamwoorden in het Nederlands (De Vries e.a., Nederlandse Taalkunde, 2024, met 702 deelnemers) blijkt een gemengd patroon: veel mensen gebruiken die als onderwerp, hen of hun als voorwerp, en diens of hun als bezittelijk voornaamwoord, ook als dat over drie "verschillende" rijtjes heen loopt.

Dat is geen slordigheid. Het Nederlands is hier nog aan het schuiven, en de vormen die het makkelijkst uit de mond komen winnen. Wat telt: gebruik wat de persoon zelf vraagt. Zegt iemand "die/hen/hun", dan is dat de set, ook als je online iets anders leest.

Hoe vraag je ernaar

Kort en zonder plechtigheid. Je noemt eerst die van jezelf, dan is de vraag geen test.

  • "Ik ben Pol, ik gebruik hij/hem. Welke gebruik jij?"
  • "Hoe verwijs ik het best naar jou?"
  • In een groep: "Zeg gerust je naam en je voornaamwoorden als je dat wil." Het woord gerust doet hier het werk: niemand wordt verplicht om zich te outen.

Wat je beter niet doet: vragen wat iemands "echte" of "eigenlijke" voornaamwoorden zijn, of vragen naar het geboortegeslacht van iemand om er zelf uit te komen. Dat is niet hetzelfde, en het is niet jouw informatie.

Je eigen voornaamwoorden delen

Je hoeft er geen verklaring bij te geven. Zet ze bij je naam in je mailhandtekening, je naambadge, je profiel of je voorstelrondje: "Anouk (zij/haar)", "Jules (die/hen/hun)", "Robin (geen voornaamwoorden, gewoon Robin)".

Als cisgender persoon je eigen voornaamwoorden noemen kost je niets en haalt de spanning weg bij iedereen voor wie de vraag wel geladen is. Het maakt van "voornaamwoorden noemen" iets dat iedereen doet in plaats van iets dat trans en non-binaire mensen apart zet.

Sommige mensen gebruiken meerdere sets, bijvoorbeeld "die/hen of zij/haar". Meestal betekent dat: allebei is goed. Wissel gerust af, of vraag of er een is die de persoon liever hoort.

Als je je vergist

Iedereen vergist zich. De vraag is alleen wat je erna doet.

Verbeter jezelf in een halve seconde en ga door. "Zij, sorry, die had dat gisteren al doorgestuurd." Klaar. Geen excuusverhaal, geen uitleg over hoe moeilijk je het vindt, geen vraag om geruststelling. Anders wordt jouw ongemak het onderwerp en moet de ander jou troosten.

Merk je het pas later, dan volstaat een kort bericht: "Ik zat er vanmiddag naast met je voornaamwoorden, sorry, ik let er op." En als iemand jou corrigeert, is dat geen aanval maar een correctie. "Dank je" is het hele antwoord.

Blijft het misgaan, oefen dan buiten het gesprek. Vertel in je hoofd of hardop een kort verhaal over de persoon met de juiste voornaamwoorden. Het is een gewoonte, en gewoontes verander je door herhaling, niet door goede bedoelingen.

Engelstalige neovoornaamwoorden

Deze sets kom je vooral online tegen, in internationale groepen en in Engelstalige media. Ze worden in het Nederlands zelden vertaald: mensen die ze gebruiken houden meestal de Engelse vormen aan, ook in een Nederlandse zin. Ze staan hier zodat je ze herkent en correct kan overnemen als iemand erom vraagt. De voorbeeldzinnen zijn in het Engels, omdat de vormen daar thuishoren.

Set Voorbeeld Kort
they / them / their They shared their perspective. I asked them to come along. Veruit het meest gebruikt. In het Engels al eeuwenlang ook voor een enkele persoon.
ze / zir / zir Ze shared zir perspective. I asked zir to come along. Ook gespeld als hir. Uitspraak ongeveer "zee" en "zeer".
xe / xem / xyr Xe shared xyr perspective. I asked xem to come along. Uitspraak meestal "zee", "zem", "zir".
ey / em / eir Ey shared eir perspective. I asked em to come along. De Spivak-set, uit de jaren tachtig, gevormd door de th- van they weg te laten.
fae / faer / faer Fae shared faer perspective. I asked faer to come along. Uitspraak "fee" en "feer".

Gebruikt iemand in een Nederlandse context een Engelse set, dan is de gangbare oplossing: de Engelse vorm laten staan ("They was er ook bij") of overschakelen op de naam. Vraag gerust wat de persoon zelf het liefst hoort. Er is geen vaste regel, en de persoon zelf heeft er meestal al over nagedacht.

Verder lezen

Bronnen

  • Transgender Infopunt (UZ Gent), Verwijs- en voornaamwoorden, transgenderinfo.be
  • çavaria, taaladvies over trans en non-binaire terminologie, cavaria.be
  • WAT WAT, Hoe gebruik ik genderneutrale voornaamwoorden zoals die/hen/hun?, watwat.be
  • De Vries e.a., over genderneutrale voornaamwoorden in het Nederlands, Nederlandse Taalkunde (2024), N=702
  • Taaladvies.net (Nederlandse Taalunie), over hen/hun en die/diens